|
December 2009
December is een koude maand. Ik
kan helaas niet meer veel en vaak naar buiten. De dagen brengen we
meer binnen door. Wat we wel doen is vaker naar een overdekt
winkelcentrum gaan, zodat ik daar kan rennen. Als we naar de Makro
gaan, wil ik wel zes keer achter elkaar op de roltrap. Ook
gaan we naar de Ikea, zodat ik in de auto kan zitten en rondrijden. Ik heb ook wel veel in de
sneeuw gespeeld. Sleeën vond ik wel leuk, maar leuker is het om in
de sneeuw te stampen, uit te glijden en vallen. Ik ben echt niet
bang om te vallen. Het liefst ren ik hard over de gladde stukken. Ik
ben niet voorzichtig. Thee zetten is mijn nieuwe
hobby. Het is leuk om de waterkoker aan te zetten, de thee te laten
oplossen in het hete water en dan de suiker te laten smelten door
met een lepel te roeren. Ik kan nog steeds niet goed
Nederlands praten. Ik vertel wel heel veel in mijn eigen taal. Ook
zing ik liedjes, die papa en mama wel herkennen als ‘ik zag twee
beren’of ‘de krokodil’. Ik wijs altijd naar wat ik wil.
Papa en mama benoemen het dan, maar ik zeg het nog niet na. Ook trek
ik mijn ouders mee aan hun broekspijpen om duidelijk te maken wat ik
wil. Deze maand vind ik het leuk om
vaker te zwaaien. Op het moment dat ik weg ga, zwaai ik gelijk. Dit
kan zijn bij het afrekenen van boodschappen of als ik naar beneden
ga of waar ik ook kom en nieuwe mensen zie. Zelfs als ik ’s morgens
wakker ben en papa of mama nemen mij naar beneden, zwaai ik
uitgebreid en zeg ik daaag. Deze maand ben ik behoorlijk
ziek. Ik heb een griep te pakken. Niet de Mexicaanse! Ik ben wel
twee weken lang slapjes geweest. Ik heb veel gespuugd, weinig
gedronken en gegeten. Uiteraard is dat wel weer te zien aan me. Ik
moet weer flinke schade inhalen. Sinds ik ziek ben geweest, heb
ik driftbuien. Als ik mijn zin niet krijg, kan ik ontploffen, gooi
mezelf op de grond en kijk dan naar papa en mama. Helaas reageren
zij niet op mijn driftbuien en krijg ik ook niet mijn zin. Dus weet
ik dat ik deze manier om mijn zin te krijgen niet meer hoef toe te
passen.
Voor het slapen gaan, spelen
papa en ik een spelletje met mijn speen. Hij trekt de speen uit min
mond en ik pak mama’s hand om de speen af te pakken. Soms doe ik net
alsof ik de speen aan papa wil geven en dan trek ik deze snel weg,
zodat papa mijn speen niet kan pakken. Ik begin steeds meer naar
baby’s te kijken. Ik kijk naar ze en aai ze, maar soms iets te
hardhandig. Ik maak vaak een koprol beweging. Volgens mijn oma
betekent dit dat ik een broertje of een zusje wil. Ik moet nog
enkele maanden wachten en dan is zover. Papa en mama hebben een
speelparadijs in Houten ontdekt, waar ik met twee neefjes flink
gespeeld heb. Het is er leuk, maar wel druk. Ik kan er in ieder
geval al mijn energie kwijt, waardoor ik in de avond zo in slaap
val. Met name de machine waar ik op kan dansen, vind ik leuk. Op het moment slaap ik nog zo
een drie uur overdag en slaap ik om 8 uur ’s avonds. Eten gaat wel, maar nog niet
altijd van harte. Ik wil nu zelf proberen te eten. Ik eet veel vlees
en vis, maar laat mijn groente toch echt wel liever staan. Patatjes
en kipnuggets gaan er ook van harte in. Ik drink het liefst uit mijn
beker met een rietje. Papa en mama doen er vaak een sapdrankje in
wat verdund wordt met water. Ik dans graag op K3, tik tak en
de meest moderne liedjes uit de Top 40. Ik zak door mijn knieën,
beweeg mijn heupen en gooi mijn armen in de lucht.
|





