|
Mei 2009
Ik begin steeds meer een karaktertje te
krijgen. Ik maak veel lawaai tijdens het spelen. Ik speel het liefst
met de spullen van papa en mama. Ik kruip graag achter de bank om te
trekken aan de kabels van de laptop. Ook de stereotoren is
interessant. Ik duw het deurtje open en dicht. Ook de planten in de
woonkamer zijn indrukwekkend. Ik trek graag blaadjes uit de planten
om er op te kauwen. Als de tussendeur open staat, kruip ik snel naar
de voordeur om te kijken hoe andere kinderen in de speeltuin spelen.
Ik mis mijn groepsgenoten. Ik ben al een tijdje niet naar de crèche
geweest. Eindelijk eet ik nu met de pot mee. Het is af en toe
wennen, maar nu eet ik wat papa en mama voor mij klaarmaken. Sinds
ik ziek ben geweest, durf ik niet meer te klimmen op de trap en op
het bed van papa en mama. Wat ik wel durf is van de bank en het bed
afglijden Ik vind het leuk als er wordt voorgelezen.
Als de boeken worden weggelegd, word ik boos. Ik word best snel
boos. Zeker als ik mijn zin niet krijg, laat ik het horen. Ik kan
een driftig mannetje zijn. Ik doe goed mijn best om te staan en ik heb
ook nog mijn eerste stapjes op woensdag 13 mei gezet. De stappen
breiden zich steeds meer uit naar grote afstanden. Zo loop ik een
aantal dagen van de box naar de televisie en van de achterdeur naar
de tussendeur. Ik blijf oefenen, want ik wil snel kunnen lopen. Soms
pak ik de loopwagen om het lopen te oefenen. Dit gaat mij
gemakkelijker af dan lopen zonder hulp. Ik val regelmatig, maar sta
weer op en zet gerust weer nieuwe stappen. Als de achterdeur open staat, loop ik naar
buiten. Ik ga in het midden van de tuin zitten en bekijk de planten
nauwkeurig. Deze maand ontwikkel ik een zekere angst
voor bepaalde dingen. Zo ben ik bang voor de douche geworden en vind
ik het muziekje van mijn speelgoed best eng. Als papa of mama in de
buurt zijn, dan durf ik er wel naar te luisteren, maar zodra ze weglopen, ren ik achter ze aan. De zolder is spannend. Ik wil graag naar de
zolder om te zien hoe de wasmachine draait. Ik ben ook geboeid door
de stofzuiger. Ik zie hoe mama altijd stofzuigt en als ze klaar is,
pak ik de stang om haar na te doen. Als mama zegt: ’zwaaien’, dan zwaai ik en
zeg ik: 'da da'. Ik weet ook wat een bal en een auto is. Als ik iets
vraag, dan begrijpen papa en mama mij heel goed en zeggen iets terug
tegen mij. Ik ben een kletskous. Voor het eerst eet ik patat. Ik vind het
lekker en kan zes patatjes wegeten. Deze maand heb ik mijn inentingen tegen BMR
en Menigokokken gehad.
![]() |





