januari, februari en maart 2010

Januari/februari en maart.

De laatste drie maanden, voordat ik 2 jaar word.  Tijdens deze maanden laat ik zien dat ik een grote jongen ben. Ik probeer zelf te eten. Vlees en aardappels lukken wel, maar groente en fruit wil ik nog steeds niet in stukjes eten. Ik krijg mijn eigen bord en vork om te eten. Met een lepel eten oefen ik, maar ik kan behoorlijk knoeien. Ook probeer ik steeds vaker uit een beker te drinken. Ik kan niet heel veel slokjes achter elkaar weg werken, maar ik probeer het slokje voor slokje en soms gooi ik mijn beker te snel naar achter en laat ik alles op de grond vallen. Wat ook echt boeiend is, is om papa en mama te voeren. Ik ben beter in eten geven, dan zelf eten.

Voordat ik ga slapen, speel ik altijd een spelletje met papa. Als hij mijn speen afpakt, dan pak ik mijn speen terug en begin te zwaaien. Ik wil dan dat hij weg gaat anders pakt hij mijn speen weer af. Als papa zegt ‘papa lezen’, dan duw ik hem weg en ik trek ik aan mama om te gaan zitten. Ik vind het leuker om met mama te lezen, omdat ze alle boekjes die op de het nachtkastje liggen, doorleest. Helaas kan mama mij niet meer op bed leggen en leest papa voor mij voor.

Ik kan leuke ritjes maken met mijn auto. Ik rijd hard op mijn wagen. Papa moet af en toe achter me aanrennen en mama kan mij helemaal niet bijhouden. Tegenwoordig probeer ik ook op mijn motorfiets en gewone fiets naar buiten te gaan. Alleen bereik ik niet zulke topsnelheden als met mijn autootje. Voor een hogere snelheid rijd ik graag op bruggen en drempels en rijd ik graag op de weg, zodat ik andere auto’s tegemoet kom.

Ik heb mijn eigen keukentje. Als papa of mama mij iets te eten geven, bijvoorbeeld roti, bak ik het zogenaamd in mijn eigen pannetjes op en serveer het voor mezelf om op te eten. Ik kijk ook graag hoe papa en mama koken en zit dan in mijn stoel of op het aanrecht gefascineerd te kijken wat er klaar gemaakt wordt. Ik mag meehelpen en roer in de pannen. Als ik zogenaamd mag helpen met snijden, zeg ik zo en zo.

Op de crèche gaat het goed. Ik ben dol op het driewielerfietsje, maar ben erg ongeduldig als een ander kindje erop zit. Ik pak graag speelgoed af. Papa en mama willen dat ik snel ga praten, zodat ze het een en ander kunnen uitleggen, maar ik begrijp meer dan ze denken. Als ik iemand mag, dan geef ik een  klapje. Alleen wordt dit niet echt gewaardeerd. Dus moet ik dit snel afleren.

Mijn verjaardag was rustig. We zijn op 31 maart naar de dierentuin geweest, maar we waren snel weg door het slechte weer. We hebben gebak gegeten en vrijdag zijn we met een grote groep naar dierenpark Rhenen geweest. Zaterdag kwamen opa, oma, tante Natasha en ome Ryan uit Zoetermeer en hebben we mijn verjaardag weer gevierd.

Ik kan heel goed dansen. Als ik muziek hoor, gooi ik mijn armen in de lucht, draai ik rondjes en doe ik mijn bhaitak gana dansje (Hindoestaanse dans). Op een dag als ik muziek hoor, ren ik naar mama, trek de spullen uit haar handen en wil met haar dansen.

Het leek de goede kant op te gaan met handjes vasthouden, maar helaas voor papa en mama. Ik kies toch iedere keer weer een kant uit, waar ik naar toe wil gaan. Ik ben niet bang en ren gewoon weg. Ik kijk niet of papa en mama komen. Als ik een kant op moet gaan waar zij naar toe willen, is het altijd vechten. Ik zit ook echt niet graag in de kinderwagen.

Als het geregend heeft, stamp ik graag in de plassen. Het interesseert me niet of mijn broek en sokken nat zijn. Ik heb op dat moment veel plezier en daar gaat het om.